Eerste inspraakreactie vergunning verlenging landingsbaan n.a.v. collegebesluit

door burgemeester en wethouders van Winterswijk d.d. 10 juni 2005

Geachte heer/mevrouw,

Uw brief van 11 maart 2005 alsmede de vergunningaanvraag van de Flugplatz Wenningfeld GmbH voor een vergunningprocedure voor luchtverkeer conform § 6 LuftVG conform NRW-Luftverkehrskonzeption 2010 en het bijbehorende milieueffectrapport hebben wij op 15 maart 2005 ontvangen. Graag maken wij gebruik van de geboden gelegenheid om op deze vergunningaanvraag en het milieueffectrapport te reageren.

Volgens de toegezonden stukken is de verlenging van de start- en landingsbaan nodig om het vliegveld te kunnen laten voldoen aan de veiligheidsvoorschriften ingevolge de richtlijn JAR-OPS 1. Echter, wij vragen ons af of een geheel geasfalteerde verlenging van de start- en landingsbaan tot 1800 meter niet verder gaat dan de JAR-OPS 1-normstelling. Hiermee in verband vragen wij ons af of niet uiteindelijk de mogelijkheid wordt geboden om meerdere en ook grotere (zwaardere) vliegtuigen te kunnen ontvangen en afhandelen. Wij willen duidelijkheid dat de verlenging niet op termijn leidt tot ruimere gebruiksmogelijkheden en een uitbreiding van de luchtvaartactiviteiten. Als deze zekerheid niet kan worden gegeven kunnen wij niet accoord gaan met de baanverlenging. Tegen een uitbreiding van de start- en landingsbaan met het primaire doel te voldoen aan veiligheidsvoorschriften bestaan onzerzijds – zoals wij u al eerder in het kader van de achtste herziening van het Gebietsentwicklungsplan berichtten – geen bezwaren, mede omdat wij het economisch belang voor de grensregio onderkennen.

Samen met de provincie Gelderland hebben wij de Nederlandse Commissie voor de m.e.r. (milieueffectrapportage) gevraagd te adviseren over het voorliggende milieueffectrapport.
De Commissie voor de m.e.r. is een onafhankelijke adviescommissie die op basis van de Nederlandse wetgeving aangewezen is het bevoegde gezag te adviseren over milieueffectrapporten. Onze reactie is mede gebaseerd op het advies dat de Commissie voor de m.e.r. op 25 mei 2005 heeft uitgebracht. Wij beschouwen het advies van de Commissie voor de m.e.r. als een onderdeel van onze reactie en wij verzoeken u dan ook met de aanbevelingen en de opmerkingen van de Commissie voor de m.e.r. rekening te houden. We hebben wel aanvullende reacties op het voornoemde advies.

Een deel van onze burgers heeft grote twijfels en zorgen over de procedure. Met deze burgers zijn wij van mening dat de bijzondere kwaliteiten van ons buitengebied niet mogen worden aangetast. Veel toeristen, waaronder ook veel Duitse gasten, genieten van ons mooie rustige buitengebied. Ook zijn we trots op ons natuurschoon en onze cultuurhistorie. Wij maken ons ernstig zorgen over de onduidelijkheid over de mogelijke groei van het vliegveld en de gevolgen daarvan. Een aantal punten dragen wij hieronder aan:

1. Nachtvluchten

Nachtvluchten zijn op het vliegveld Stadtlohn-Vreden in de huidige en in de toekomstige situatie toegestaan. Eventuele slaapverstoringseffecten van de nachtvluchten zijn niet in kaart gebracht, terwijl op Nederlands grondgebied maximale geluidniveaus van 94 dB(A) optreden (immissiepunt IO30 Sommerhauser Dwarsweg). Dat is onacceptabel hoog. Wij willen dan ook dat slaapverstoringseffecten alsnog in kaart worden gebracht. Totdat hier duidelijkheid over is, vragen wij u dringend om gedurende de nacht geen starts en landingen over Nederlands grondgebied te laten plaatsvinden. Nachtvluchten voor orgaantransporten vinden wij daarentegen wel acceptabel.

2. Geluid

Uit de Umweltverträglichkeitsstudie (deelrapport geluidimmissie tengevolge van vliegverkeer, tabellen 4 en 5 op blz. 20 en 21) blijkt dat de te verwachten 2000 extra starts naar verwachting zullen leiden tot een toename van de gemiddelde geluidbelasting op de onderzochte (vijf) geluidgevoelige bestemmingen op ons grondgebied, met 1 à 2 dB(A) op het beoordelingsniveau. Er kan uit de stukken behorende bij de vergunningaanvraag worden geconcludeerd dat er geen sterke verhogingen van de immissieniveaus op Nederlands grondgebied op zullen treden ten gevolge van de baanverlenging. De hoogste geluidniveaus worden verwacht op immissiepunt IO30. Uitgedrukt in Lden zal hier volgens het planscenario in 2015 een geluidbelasting optreden van 49,1 dB. In 2002 bedroeg de geluidbelasting op dit punt 45,8 dB. De toename wordt grotendeels veroorzaakt door de autonome ontwikkeling. Hierdoor kan toch geluidhinder en verstoring optreden. Deze geluidbelasting moet namelijk worden afgezet tegenover de waarde van 40 dB(A) als referentieniveau voor een stille omgeving. Zoals wij u eerder berichtte, is met name het buitengebied aan de kant van Ratum een van de stilste gebieden in Nederland. Dat is ook een van de visitekaartjes van Winterswijk en mede een aantrekkingskracht voor het toerisme. Ook Duitse gasten komen graag naar ons rustige buitengebied. De provincie heeft in haar streekplan aangegeven dat voor Winterswijk het stiltebeleid geldt. Wij kunnen dan ook niet instemmen met ontwikkelingen die leiden tot een verhoging van de heersende geluidniveaus. De nu heersende rust is een visitekaartje dat we niet willen verliezen.

3. Groeimogelijkheden

Met de Commissie voor de m.e.r. constateren wij dat de geluidszones uit het Landesentwicklungsplan nog een forse groei mogelijk maken. Als deze groei leidt tot aantasting van de bijzondere kwaliteiten (natuurschoon, rust) van ons buitengebied kunnen wij hier niet mee instemmen. Wij verzoeken u met klem de omvang van het vliegverkeer te monitoren en de exploitant te verzoeken informatie in het jaarverslag op te nemen over de hoeveelheid uitgevoerde vliegbewegingen en de bijbehorende geluidbelasting. Daarnaast verzoeken wij u te onderzoeken of de geluidszones niet kunnen worden ingekrompen zodanig dat de nu heersende rust in met name Ratum niet zal kunnen worden aangetast door de groei van het vliegverkeer. 

Verder verzoeken wij u dringend naar aanleiding van een aanbeveling van de Commissie voor de m.e.r de uitvliegroutes in westelijke richting meer naar het noordwesten af te buigen. Bij een dergelijke aanpassing van de vluchtpaden zal – bij een gelijkblijvend aantal vluchten – een lagere immissie op Nederlands grondgebied optreden, vooral op het immissiepunt IO30.

Als gemeente worden wij ook geconfronteerd met rijks- en provinciaal beleid. Een aspect daarvan is de status van Nationaal Landschap. Ten aanzien van het aspect natuur en landschap in de milieueffectrapportage wordt geconstateerd dat de effecten voor het aangrenzende Nederlandse grondgebied zeer beperkt zijn. Beperkt betekent dus dat er toch effecten zijn. Zowel het rijksbeleid als het provinciale beleid zijn erop gericht de in het gebied aanwezige kernkwaliteiten op het gebied van natuur en landschap nadrukkelijk te beschermen. Tot die te beschermen kernkwaliteiten wordt ook de belevingswaarde voor bewoners en recreanten gerekend.

4. Veiligheid

Er is twijfel of het aspect veiligheid voldoende is onderzocht. Met name aan het risico van botsingen in de lucht en het vervolgens neerstorten van vliegtuigen wordt onvoldoende aandacht besteed. Dit aspect willen wij nader onderzocht hebben.

Onze reactie is gebaseerd op het collegebesluit van 7 juni 2005. Echter, de Commissie Burger en Omgeving zal niet eerder dan 15 juni kunnen reageren. Het verslag van deze commissie zal u worden nagezonden of gemaild. Het collegebesluit zal ook in onze raad worden besproken.

Wij vertrouwen erop dat u zorgvuldig met onze reactie omgaat. Graag vernemen wij van u de vervolgprocedure.

Met vriendelijke groet,

burgemeester en wethouders,

J.P.M. Scheinck gemeentesecretaris

drs. M.J. van Beem burgemeester