Adviesraport Hameland kiest versie 2
PARAGRAAF I - INLEIDING ...................................................................................2
PARAGRAAF II - BEDRIJFSRESULTATEN EN FINANCIËN........................................4
PARAGRAAF III - ARBEIDSONTWIKKELBEDRIJF...................................................6
PARAGRAAF IV - RIJK-GEMEENTEN-HAMELAND....................................................8
PARAGRAAF V - EINDADVIES.............................................................................10
PARAGRAAF VI - VERANTWOORDING.................................................................13
A. Opdracht en werkwijze
Op 19 maart 2009 hebben de Colleges van de gemeenten Aalten, Berkelland, Haaksbergen, Oost Gelre en Winterswijk de algemeen directeuren van Berkelland en Winterswijk opdracht gegeven een analyse te maken van de stand van zaken bij Hameland. Uiterlijk in juli 2009 moest rapport aan hen worden uitgebracht via het Dagelijks Bestuur van Hameland. In de opdracht gaat het om: onderzoek en analyse van de bedrijfsresultaten, de mogelijkheden voor blijvende verbetering van de financiële resultaten, de voortgang in de omslag naar een arbeidsontwikkelbedrijf, en de verhouding tussen gemeenten en Hameland. Colleges willen weten waarom de ingezette acties zo weinig effect lijken te hebben. Men wil weten wat er moet gebeuren om Hameland financieel en inhoudelijk (bereiken van doelstellingen arbeidsontwikkelbedrijf) gezond te maken en te houden.
We hebben vastgesteld dat de opdracht van de Colleges alleen maar goed kan worden uitgevoerd als we breed kijken naar het functioneren van Hameland. Dat betekent: oog hebben voor Hameland als organisatie in zijn omgeving als SWbedrijf (Sociale Werkvoorziening).
We hebben daarom basisinformatie verzameld en geanalyseerd over de resultaten van Hameland in de afgelopen jaren, de ontwikkelingen van SWbedrijven in Nederland, de onderzoeksrapporten van Atos en de Rekenkamer en de actieplannen Doen.
Aan Ernst & Young is een extra opdracht gegeven de begroting 2009 en de financiële vooruitzichten te analyseren.
Met het dagelijks bestuur, de directie, het managementteam, de ondernemingsraad, een aantal teamleiders, het ambtelijk platform en de huisaccountant van Hameland (Deloitte) zijn interviews gehouden.
In deze gesprekken ging het over: de koers van Hameland, de (on)mogelijkheden om te veranderen, de visie op wat er zou moeten gebeuren, de interne gang van zaken, de verhouding tussen Hameland en gemeenten. De gesprekken waren open van karakter. Iedereen heeft actief en met inzet aan het interview deelgenomen. Elke informatievraag die we stelden werd beantwoord.
De verzamelde basisinformatie, de informatie uit de interviews en de analyse van Ernst & Young zijn de basis geweest voor dit adviesrapport.
Het rapport is op 17 juni 2009 besproken met de directie van Hameland, en op 25 juni 2009 aangeboden aan het dagelijks bestuur van Hameland.
Wij hopen dat dit rapport bijdraagt aan een bloeiende SWorganisatie in onze regio. De ruim 1700 SWers uit onze regio hebben daar het grootste belang bij.
B. Verklaring en samenvatting
Er is in de afgelopen jaren veel geschreven en gesproken over Hameland. Rapporten, analyses, adviezen, aanbevelingen, conferenties, workshops, commissievergaderingen, managementletters, plannen, voornemens. Er was heel veel te vinden over Hameland. De onderzoekers hebben hier dankbaar gebruik van gemaakt. Het was anders nooit gelukt in drie maanden (medio maart-medio juni 2009) een analyse te maken en een advies op te stellen.
De onderzoekers hebben alle informatie op een rij gezet en daaraan hun eigen bevindingen toegevoegd.
Daarna hebben de onderzoekers het kernpunt van hun advies bepaald : Hameland moet zich geheel omvormen naar een arbeidsontwikkelbedrijf (mensontwikkelbedrijf). Daarvoor zijn harde ingrepen in de huidige organisatie noodzakelijk. De onderzoekers zijn zich daarvan bewust en hebben in hun eindadvies de omvorming consequent doorgetrokken. Kostenreductie, opbrengstverhoging, een gehele kanteling van de organisatie, een ander management, een nieuwe juridische structuur en bestuursvorm, een nieuwe rol van de gemeenten, het afschaffen van de wachtlijst voor de sociale werkvoorziening vormen de consequenties. Niet in onderzoeksjargon gegoten maar in duidelijke taal. Harde adviezen voor de kwetsbare omgeving van de sociale werkvoorziening. De onderzoekers hebben nadrukkelijk gekozen voor de mensen werkzaam in de sociale werkvoorziening. Zoveel mogelijk weg uit de sociale werkplaats, de maatschappij in ; dat is mensontwikkeling via de arbeidsontwikkeling die Hameland biedt. Voor mensen die dit niet kunnen, blijft er een beschutte plek om "binnen" te blijven werken. Niet een plek in een commercieel gericht bedrijf, maar een plek in het nieuwe leer/werkbedrijf.
De kanteling van de organisatie zal enige jaren vergen. De gemeenten zullen financieel eenmalig moeten bijdragen voor de kanteling en daarnaast voor het opheffen van de wachtlijst. Structureel moet Hameland daarna uitkomen met de subsidie die ze voor een SWer ontvangt.
C. Opbouw van het rapport.
Het rapport bestaat uit 4 delen, die met elkaar samenhangen.
Paragraaf II gaat over de bedrijfsresultaten en de financiën. Welke oorzaken zijn er voor de slechte bedrijfsresultaten, hoe komt het dat ingezette acties niet het gewenste effect hebben? Hoe ziet het financiële plaatje 2009 en verder eruit? Welke acties zijn er mogelijk om financieel gezond te worden?
In paragraaf III zoemen we in op Hameland als arbeidsontwikkelbedrijf. Hoever staat het daarmee? Hoe zit het met de doorstroom, en waar kan die versterkt worden? Aan welke voorwaarden moet voldaan worden, wil Hameland zich verder kunnen ontwikkelen in deze richting?
Paragraaf IV gaat over de relaties Rijk - Gemeenten - Hameland. Het Rijk financiert de sociale werkvoorziening en subsidieert aan de gemeente. De gemeente geeft die subsidie aan Hameland door. Gemeenten zijn zowel opdrachtgever/afnemer van diensten van Hameland als bestuur en toezichthouder. Hameland is zowel leverancier van diensten, als financieel afhankelijk van de gemeenten. Wat zijn op korte en langere termijn oplossingen voor de dubbelrollen in die relatie?
Paragraaf V bevat het eindadvies. We verwoorden per thema puntsgewijs welke keuzes volgens ons gemaakt moeten worden.
In paragraaf VI is nog een samenvattende verantwoording opgenomen.
A. Financiële situatie
De jaarrekeningen van de afgelopen jaren geven een duidelijk beeld: er wordt verlies geleden, en Hameland teert in op de reserves. De jaarrekeningen zijn in feite -als je naar het structurele bedrijfsresultaat kijkt- nog negatiever dan op het eerste gezicht lijkt. Er is namelijk de afgelopen jaren sprake van incidentele opbrengsten uit verkoop van panden, deze opbrengsten maken de tekorten lager. Bij analyse blijkt dat het subsidieresultaat positief is. Dat betekent dat de WSWsubsidie (Wet Sociale Werkvoorziening) dus voldoende is om loon, vervoerskosten en scholingskosten te betalen voor de SWgeïndiceerden. Hameland doet het op dit vlak beter dan het gemiddelde SWbedrijf (blijkt uit vergelijking tussen SWbedrijven door brancheorganisatie CEDRIS).
De operationele resultaten zijn negatief. Dat is een trend die zich al meerdere jaren aftekent. De netto toegevoegde waarde (verdiencapaciteit bovenop de subsidie) blijft achter bij wat er begroot is. Daarmee onderscheidt Hameland zich negatief van het gemiddelde van de SWbedrijven. Gezien de gemiddelde cijfers in de hele bedrijfstak stellen we vast dat het begrote niveau van de netto toegevoegde waarde wel realistisch is. Hameland haalt echter dat niveau niet. Dit wordt vooral veroorzaakt door achterblijvende omzetontwikkeling in de divisie Industrie (montage/verpakkingen, groepdetacheringen) Dit beeld was er al bij jaarrekening 2007, maar uit de jaarrekening 2008 wordt duidelijk dat de verslechtering doorzet. De toegevoegde waarde 2008 is lager dan die van 2007, en kosten van medewerkers (zowel SWers als niet gesubsidieerden) zijn hoger dan de jaarrekening 2007.
Het bedrijfsresultaat van Hameland hangt (vanzelfsprekend) in hoge mate af van opdrachtgevers, marktpartijen en gemeenten. In 2008 is het aandeel van de gemeenten in de jaaromzet gestegen. In vergelijking met het landelijk gemiddelde is de door de gemeenten gegenereerde omzet echter laag (volgens de CEDRIScijfers van 2007).
De samenstelling van het personeel is ook van invloed op het bedrijfsresultaat. Bij Hameland werken ongeveer 1566 fte SWgeïndiceerden en 175 fte niet gesubsidieerden (werkleiding, management, staf). In vergelijking met het gemiddelde van SWbedrijven is deze verhouding scheef: een omvang van 135 fte van niet gesubsidieerden op 1566 fte SWers is gemiddeld. (volgens Deloitte). Uit de interviews blijkt dan het managementteam (MT), ondernemingsraad (OR) en teamleiders zich hiervan bewust zijn. Vooral OR en teamleiders pleiten voor meer inzet van niet-gesubsidieerden in de directe aansturing van SWers, en een sterke teruggang in 'kantoorfuncties'.
B. Oorzaken van het blijvend slechte bedrijfsresultaat
Wij zien als belangrijkste oorzaken:
C. Financiële cijfers 2009
De begroting 2009 is bekeken door Ernst & Young. De opdracht luidde: zicht krijgen op realistische karakter van begroting 2009. En tevens nagaan in welke mate het actieplan DOEN bijgedragen heeft aan de bedrijfsresultaten. Conclusie van het onderzoek is dat begroting 2009 nu niet langer realistisch is te noemen. Dat heeft 2 oorzaken: er was in 2008 geen grondslag te vinden, waarop de aannames van 2009 redelijkerwijs gestoeld konden zijn. De recessie heeft daarnaast een duidelijk negatief effect op de resultaten van Hameland, eerste kwartaal. Dat effect is zo groot dat het in 2009 niet meer volledig kan worden goedgemaakt.
De acties uit actieplan DOEN focussen vooral op verbeteringen van de bedrijfsvoering en lijken slechts ten dele gericht op duurzaam verminderen van vaste lasten. Effecten ervan op opbrengstverhoging en kostenvermindering zijn niet direct en concreet inzichtelijk gemaakt, maar lijken negatief. Maatregelen uit actieplan DOEN brengen hoge uitvoeringskosten met zich mee (1 miljoen euro).
PARAGRAAF III ARBEIDSONTWIKKELBEDRIJF
De termen mensontwikkelbedrijf en arbeidsontwikkelbedrijf lopen nog wel eens door elkaar. Eigenlijk wordt hetzelfde bedoeld. Door arbeidsontwikkeling doe je aan mensontwikkeling. Als Hameland een arbeidsontwikkelbedrijf is dan probeert het via werk (arbeid) mensen te ontwikkelen. Door die mensontwikkeling bevorder je ook "inclusie" , het deelnemen aan de samenleving.
B. De weg naar een arbeidsontwikkelbedrijf
Uit alle gesprekken blijkt dat op hoofdlijnen voor iedereen duidelijk is dat Hameland bezig is met de omslag naar een arbeidsontwikkelbedrijf. Alle geïnterviewden geven ook aan dat die omslag niet snel gaat. De accountant wijst erop dat resultaten vooral achterblijven bij divisie Dienstverlening (bij Hacron) en divisie Arbeidsintegratie (bij detacheringen). Maar ook het aantal groepsdetacheringen bij divisie Industrie is laag. De doorstroomcijfers bevestigen dit beeld. Er is op dit moment in het eerste kwartaal 2009 een verhouding van beschut binnen werken - beschut buiten werken - onbeschut buiten werken van 55-23-22, en de prestatie-indicator voor 2010 is 40/30/30. We stellen vast dat het niet realistisch is te veronderstellen dat deze indicator gehaald wordt in 2010. Bij het doorvragen blijkt in de gesprekken dat er verschillende beelden zijn over wat het inhoudt een arbeidsontwikkelbedrijf te worden.
In het MT spreekt men over noodzaak van overdracht van 250 fte van divisie Industrie naar divisie Dienstverlening, en hoe moeizaam dat is. De OR zegt dat verdere verlaging van het percentage beschut binnen een illusie is, en dat daar niet op moet worden ingezet. Teamleiders zien grote mogelijkheden voor andere inzet van SWers, mits bedrijfsleven een ander beeld krijgt van detacheringen én beschut buiten werken echt gepromoot wordt. Er is wel overeenstemming over de noodzaak dat er vanuit Hameland meer commerciële slagkracht vertoond moet worden in de acquisitie. En dan bedoelt men zowel het binnenhalen van opdrachten voor eigen Hamelandbedrijven, als het detacheren van SWers in marktbedrijven. Er is sprake van tegenstrijdige belangen bij de omslag naar een arbeidsontwikkelbedrijf. De SWers met mogelijkheden van doorstroming vervullen intern vaak een belangrijke functie (vooral bij de divisie Industrie) in de productie; hun werk zorgt ervoor dat andere SWers de eenvoudige taken kunnen doen en dat het totale bedrijfsonderdeel de productie en omzet haalt zoals afgesproken met de klant en met de interne bedrijfsleiding.
Verder werken aan doorstroming naar marktbedrijven levert dus een divisie Arbeidintegratie op die zijn doelstellingen haalt en een divisie Industrie die een nog lagere omzet haalt dan nu al het geval is.
We stellen vast dat op dit moment onvoldoende duidelijk is wat nu echt bedoeld wordt met arbeidsontwikkelbedrijf, en welk einddoel wordt nagestreefd. Is het gewenste arbeidsontwikkelbedrijf een SWbedrijf waarin de allergrootste groep SWers bij bedrijfsleven, non profit sector en overheid in een vorm van (groeps) detachering of met een regulier contract met loonkostensubsidie aan het werk is? In deze variant kan er sprake zijn van begeleiding van een SWer door het SWbedrijf, maar kan het ook zo zijn dat het marktbedrijf dat zelf doet en daarvoor meer loonkostensubsidie ontvangt.
Voor de andere groep SWers blijft dan een beschut binnen situatie nodig, die sterke kenmerken heeft van dagbesteding met zinvolle arbeid.
Het SWbedrijf kent daarbij ook een divisie 'ontwikkeling' waar trajecten voor SWers en WBB-ers worden aangeboden.
De andere variant van een arbeidsontwikkelbedrijf is een SWbedrijf dat zelf allerlei vormen van dienstverlening en productie uitvoert, en dus zelf als het ware functioneert als een aantal bedrijven waarin SWers geplaatst kunnen worden. In deze variant ontwikkelt het SWbedrijf steeds nieuwe diensten om zoveel mogelijk omzet te genereren. Een relatief klein gedeelte van de SWers werkt dan niet in/bij het SWbedrijf, maar is gedetacheerd bij een particulierbedrijf, non-profit of gemeente.
De aard en omvang van de commerciële slagkracht in Hameland is nodig in beide typen arbeidsontwikkelbedrijf. We stellen vast dat het belangrijk is dat commercieel denken en handelen sterker wordt binnen Hameland. Kansen op de markt worden niet altijd benut, de besluitvorming is traag en het is voor het middenkader bijna niet mogelijk zelf contracten af te sluiten, kansen te benutten in contacten met externen zonder een uitgebreid besluitvormingstraject in eigen huis te doorlopen. Men heeft ook last van alle interne regels voor Administratieve Organisatie/Interne Controle - AO/IC.
De omslag naar een arbeidsontwikkelbedrijf vraagt veranderbereidheid en verandercapaciteiten van directie, management en medewerkers (zowel SWers als niet gesubsidieerden). Het besef dat het dus ook over cultuur en onderlinge verhoudingen gaat is in Hameland breed aanwezig. Uit de gesprekken blijkt dat men inziet dat het heel moeilijk is om zo'n omslag te maken, vanwege de onzekerheid die dit met zich meebrengt. Maar ook omdat zo'n omslag vraagt om een stijl van leidinggeven waarin duidelijkheid en sturing op de koers gepaard gaat aan vertrouwen geven aan medewerkers en decentraliseren van bevoegdheden. Het MT van Hameland worstelt met deze opdracht. Het MT manifesteert zich in Hameland niet altijd als een team, er is soms verschil van mening over aanpak en noodzakelijke acties en duidelijke besluiten over wat er dan gaat gebeuren blijven lang uit. Maken van de gewenste omslag vraagt van de leiding van Hameland veel op gebied van visie, leiderschap en verandercompetenties. In de afgelopen jaren is gebleken dat vooral de implementatiekracht van het huidige management tekortschiet.
A. Grondslag en stroom van de subsidie
De gemeenten ontvangen de subsidie van het Rijk voor de Sociale Werkvoorziening. Iemand gaat tot de groep Sociale Werkvoorziening behoren als het UWV(Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen) die indicatie afgeeft.
Het Rijk baseert de subsidie niet één op één met elke SWer uit een gemeente. Het Rijk rekent in Standaard Eenheden. Deze Standaard Eenheid (SE) vormt één fte (fulltime eenheid). Bij het toekennen van Standaard Eenheden gaat het Rijk uit van landelijke gemiddelden. Het aantal Standaard Eenheden is in het Hameland-werkgebied lager dan het aantal mensen met een SW-indicatie. Daarom bestaat er in dit werkgebied ook een wachtlijst voor de Sociale Werkvoorziening met meer dan 250 mensen. Historisch is dit wel te verklaren. Jarenlang kwamen bij Hameland mensen aan het werk die eigenlijk niet tot de doelgroep van de Sociale Werkvoorziening behoorden. De indicatie werd in die tijd ook niet door het UWV gedaan maar door de Sociale Werkvoorziening zelf. Daaraan moet worden toegevoegd dat Hameland in bedrijfseconomische zin sterk geprofiteerd heeft van die groep mensen. Daardoor konden ook reserves worden gevormd die de laatste jaren als buffer hebben gediend voor de afnemende bedrijfsresultaten.
De gemeenten in het Hameland-werkgebied geven de ontvangen subsidie van het Rijk voor 100% door aan het Hameland. De gemeenten halen daar niets af voor hun medewerkers die zich ook -met name beleidsmatig- met de Sociale Werkvoorziening bezig houden.
Komt het Hameland niet met de totale subsidie uit -en maakt dus verlies- dan moeten de deelnemende gemeenten in Hameland dat verlies financieel compenseren. Bovenop de doorgesluisde rijkssubsidie komt dan nog een gemeentelijke bijdrage.
De huidige rijkssubsidie bedraagt € 26.000,- per jaar per SE.
In Nederland dragen de gemeenten gemiddeld nog € 750,- tot € 1.000,- per jaar per SE bij .
(Overigens hebben de onderzoekers geen verklaring kunnen vinden voor het feit dat gemiddeld in Nederland een SWbedrijf niet uitkomt met € 26.000,- maar wel met € 27.000,-).
De gemiddelde loonkosten per jaar voor een SWer liggen rond de € 20.000,-
Hameland houdt aan de subsidie per SE over als je daarvan de loonkosten, de scholingskosten en de vervoerskosten per persoon aftrekt. Maar alle andere kosten zijn van dien aard dat Hameland op dit moment niet meer met de totale subsidie uitkomt.
In vorige rapporten is die ingewikkelde verhouding al "het duivelselastiek" genoemd.
In alle gesprekken werd bevestigd dat de deelnemende gemeenten en Hameland een betere verhouding met elkaar willen, dan nu het geval is. Gemeenten zijn opdrachtgever van Hameland, uiteindelijk verantwoordelijk voor alle SWgeïndiceerden en het besturen van Hameland. Het ene moment spreekt een wethouder als DBlid (Dagelijks Bestuur) de directeur dus aan op het niet behalen van een bedrijfsresultaat, het volgende moment onderhandelt de wethouder met Hameland over de aanbesteding van het groenonderhoud. In de beleving van de gemeenten is Hameland dus afwisselend een bedrijf net zoals elk ander bedrijf waar een zakelijke relatie mee bestaat, op het volgende moment is Hameland een gemeentelijke onderdeel waarover verantwoording moet worden afgelegd aan de gemeenteraad en daarnaast moet een gemeentebestuurder uitleggen hoe het staat met de sociale taak van de gemeente.
Op het eerste gezicht zou je kunnen stellen dat deze relatie de gemeenten allerlei extra sturingsmogelijkheden geeft (als opdrachtgever en als bestuurder). De praktijk is echter dat men juist het tegenovergestelde ervaart. De verklaring daarvan zit in de tegenstrijdigheid van doelen/belangen. Voorbeeld: de gemeente wil met het groenbudget met zo min mogelijk geld zoveel mogelijk bereiken in het belang van de inwoners van die gemeente, en koopt dus zo goedkoop mogelijk in. Uitkomst hiervan is dat het werk niet naar Hameland gaat, met een negatief effect op het resultaat van Hameland.
De gemeente wil dat SWgeïndiceerden zinvol arbeid verrichten en zich een betekenisvol lid van de samenleving kunnen voelen. De gemeente wil dat het SWbedrijf uitkomt met de SWsubsidie, zodat er geen geld bij hoeft (belang van alle inwoners van de gemeente samen). Met als uitkomst dat de gemeente stuurt op zakelijke bedrijfsvoering bij Hameland. Het SWbedrijf ervaart op deze wijze twee maal druk: in de aanbesteding van een stuk werk, en in de verantwoording van het resultaat.
C. Gemeenten kiezen
Een deel van de geschetste problematiek wordt opgelost door een andere bestuursvorm voor Hameland te kiezen, daarover zijn ook al verkennende studies gedaan. Maar dat is slechts een deel van de oplossing. Sleutel ligt volgens ons bij het uitspreken van verwachtingen, en het maken van keuzes door de gemeenten. Waar wil men nu echt op sturen? Is het allerbelangrijkste dat Hameland uitkomt met het geld van de SW subsidie? In dat geval moeten gemeenten ook bereid zijn hun omzetdeel daaraan bij te dragen (vergelijkbaar met het gemiddelde niveau in Nederland) en moet Hameland bereid zijn zo zakelijk mogelijk het bedrijf te runnen. Dat betekent dat je afspraken maakt over wat daaronder wordt verstaan, en hoe er verantwoording wordt afgelegd.
Ons eindadvies hebben we in zo duidelijk mogelijke adviezen neergelegd. Die duidelijke, soms scherpe adviezen zijn bedoeld om de gemeenten en Hameland te helpen de goede koers in te zetten en vol te houden.
A. Kostenreductie en opbrengstvergroting
B. Kanteling van de organisatie
C. Management
.
D. Juridische structuur en bestuursvorm
E. Rol van de gemeenten als opdrachtgever
F. Wachtlijstbeheer en wachtlijstbijdrage
PARAGRAAF VI - VERANTWOORDING
We hebben ons adviesrapport gebaseerd op :
Het algemeen gesprek met de concerncontroller - die op dat moment op non-actief was geplaatst door de directeur van Hameland - heeft niet plaatsgevonden. Betrokkene heeft het gesprek afgezegd na aanvankelijk prijs op het gesprek gesteld te hebben.
De medewerking van de Hameland-organisatie aan onze onderzoeken die tot dit rapport hebben geleid, kan als optimaal worden gekenmerkt.
Van beïnvloeding van dit adviesrapport of een poging daartoe is gedurende de hele onderzoeksperiode geen sprake geweest.
De onderzoeksmethodiek die gehanteerd is, was gebaseerd op het Open Systeem Model .