Al, vroeg in juni, kreeg de fractie een uitnodiging voor een conferentie over gemeentelijk dierenwelzijnsbeleid. De conferentie werd georganiseerd door de Universiteit Wageningen, de Dierenbescherming en het (toen nog) ministerie van LNV en zou plaatsvinden op 14 oktober in het kasteel Groeneveld in Baarn.
Nu is dierenwelzijn niet een onderwerp dat men automatisch koppelt aan de VVD. Waarom eigenlijk niet, was onze gedachte. Daarom hebben Rob van ’t Woudt en ikzelf ons direct ingeschreven.
Het is een ferme rit van Winterswijk naar Baarn. We verwachtten files en volle parkeerplaatsen dus spraken we af te vertrekken op een moment dat het daglicht Winterswijk nog lang niet bereikt had.
Zoiets is weer even flink wennen voor de gemiddelde pensionado.
Wat gebeurt er dan? Murphy’s law in omgekeerde volgorde. Geen noemenswaardige files en een uur voordat de conferentie begon stonden Rob en ik om 08.30 in een nog wat mistig Baarn.
Parkeren was niet direct een probleem. Meer de vraag of het kasteel al open was en men ons kon voorzien van zaken als koffie e.d.. Uiteindelijk bleek er niets mis met de organisatie en stroomde het kasteel zodanig vol dat veel bezoekers in de plenaire delen niet eens een zitplek konden vinden.
Het onderwerp leefde blijkbaar.

Gelukkig nog een parkeerplaats Een bescheiden plekje voor een conferentie
Na de opening door achtereenvolgens het LNV (minister Verburg was verhinderd omdat zij juist die dag haar ministerie overdroeg) en de directeur van de Dierenbescherming werd het plenaire deel gevuld door een betoog over de ethiek van dierenvraagstukken. De inleider koppelde een graad in de biologie aan een in de filosofie en hield een pleidooi om te stoppen met het alleen maar denken.
Begin met doen vanuit de definitie van het begrip zorgplicht en vul de regelgeving daarna in.
Ethiek koppelen aan moreel ondernemerschap. Een interessant betoog, maar het bleef voor mij nog veel steken in de theorie. Later op de dag werd dat wel meer ingevuld.
In het programma werden vier workshops aangeboden. Daar hadden we er twee uit kunnen kiezen. Een in de ochtend en een in de middag. Altijd een keuze waarbij je pas achteraf weet of je de juiste hebt gemaakt. V.w.b. het ochtendprogramma bleek dat zo te zijn. In de middag helaas niet zozeer.
Het ochtendprogramma was een inleiding over brand in stallen, door Hugo Teerds, brandweerofficier bij het Nederlands instituut Fysieke veiligheid, gevolg door een levendige discussie. Daar heb ik op het puntje van mijn stoel gezeten. De inleider liep eerst een film zien van de brand in het voetbalstadion van Bradford in Engeland. Een oude houten tribune waar een klein brandje binnen 6 minuten leidde tot een laaiend inferno waarin 56 mensen de dood vonden.
Daarna gingen we in op de analogie bij stalbranden.
Het werd een pleidooi voor preventie en kleinere stallen. De praktij is dat de brandweer, in de gebieden waar boerderijen staan, bijna altijd te laat zal zijn. De dieren willen vaak niet eens naar buiten. De stal is hun veilige omgeving. Het resultaat is een brandweer die zich alleen om mensen kan bekommeren en de stal (met de beesten erin) gecontroleerd laat uitbranden.
Veel discussie over, “wat kunnen wij dan als gemeente daaraan doen?” en over de eisen die aan stallen gesteld worden. Die zijn niet hoger dan aan een willekeurige opslagloods worden gesteld.
Op dit onderwerp kom ik in de Raad te zijner tijd nog zeker terug.

De harde feiten Rol gemeente
De titel van de workshop in de middag was “Communicatie met de burger”. Op zich een uitdagende titel die helaas ontaarde in een discussie over het voorkomen van hondenpoep op straten en pleinen. Zeker een onderwerp dat mensen aanspreekt, maar niet een waar ik iets nieuws geleerd heb. Er volgde een wat obligate discussie met bekende oplossingen en stellingen.
Al met al een goed bestede dag waar de VVD fractie in onze gemeente nog op terug zal komen.
Het was een eind rijden en we waren helaas de enige vertegenwoordigers uit de Achterhoek.
Dat is jammer want we zijn een agrarisch gebied en vooral het onderwerp over brand in stallen zou velen hebben aangesproken.
Chris van den Bos