Door Chris van den Bos
Volgens mij is een van de grootste bedreigingen voor onze democratie de onverschilligheid waarmee ons politiek systeem wordt tegemoet getreden. Men doet er zo "van zelf sprekend over". Het lijkt wel of meer en meer mensen politiek zien als iets van anderen. Niet als iets dat van en voor ons allen is en dat ons dagelijks in alles raakt.
Nog niet zo lang geleden las ik in een interview in de Volkskrant met Rob van Gijzel (voormalig Tweede Kamerlid van de PvdA en thans burgemeester in Eindhoven) over dit onderwerp.
Hij was duidelijk over datgene dat hij als grootste probleem zag, het wantrouwen van de burger in zijn eigen overheid. Wantrouwen en vertrouwen zijn elkaars tegenpolen. Om het een kwijt te raken, heb je het ander nodig. En daar komt, volgens mij, het begrip Integriteit om de hoek kijken.
In mijn eigen persoonlijke opvatting is juist die integriteit het allerbelangrijkst voor een politicus. Waar dan ook. Volksvertegenwoordiger of bestuurder, integriteit is een basisvoorwaarde.
Wat zegt het woordenboek over dit woord:
Integriteit is de persoonlijke eigenschap, karaktereigenschap, van een individu die inhoudt dat de persoon eerlijk en oprecht is.
Integriteit is dus gekoppeld aan de persoon, aan het karakter. Nu hebben wij, in Winterswijk in deze periode al eens een debat over dit onderwerp gehad. Er was een onderzoek van het bureau BING (Bureau Integriteit Nederlandse Gemeenten) aan vooraf gegaan. Het onderzoek betrof de aard en oorsprong van de maatschappelijke onrust in Winterswijk rond 2005/2006. Een van de uitkomsten was toen dat een wethouder (als burger) zelf aan de bron van die onrust had gestaan door het verzenden van onjuiste maar opruiende email. Politiek is daar toen geen gevolg aan verbonden geweest omdat dit (formeel) gedaan was als burger en niet als wethouder.
U herinnert het zich ongetwijfeld nog wel.
Er was toen al wat bevreemding bij mij dat een integriteitsvraag op formele gronden was beoordeeld.
Voor mij is dat op zichzelf al een "contradictio in terminis". De definitie sloeg toch op het karakter?
Daarom mag er aan een politicus geen "vlekje" op dit gebied kleven. Op het moment dat aan iemands integriteit kan worden getwijfeld moet men terugtreden. Juist daarin zit naar mijn idee het gebrek aan vertrouwen van veel van onze inwoners. Men "gelooft" de politiek niet meer. Men ziet politici als mensen die in eerste instantie "het eigen belang" verdedigen.
Daarom moeten wij, gemeentepolitici, heel strikt hierin zijn. Wij staan het dichtst bij onze kiezers.
Wij moeten altijd de waarheid spreken. Dat mag fel en duidelijk, maar wel op feiten gebaseerd.
Geen geruchten verspreiden, altijd direct en aantoonbaar opmerkingen onderbouwen.
Geen laster insinueren. Alles wat een politicus zegt, moet hij direct staven met te controleren feiten.
In de raad, op straat en in onze uitingen in krant en internet. Kiezers moeten blindelings kunnen vertouwen op wat wij zeggen.
Natuurlijk fouten maken kan, iedereen is menselijk. Maar zodra een politicus aantoonbaar gaat liegen, is voor mij de zaak helder. Dan rest maar een conclusie. Wegwezen!
Door te liegen beschadigt zo iemand namelijk niet alleen zichzelf, maar erger hij beschadigd de politiek in zijn algemeenheid en dat is ontoelaatbaar.
Dat gaat ten koste van het vertrouwen waarop een fatsoenlijke democratie gebouwd moet zijn.