door Chris van den Bos
Het indienen van schriftelijke vragen is een van de instrumenten die een raadslid ter dienste staan. Het zal de lezer van deze columns niet ontgaan zijn dat de afgelopen week te zien gaf dat ik een verschil van inzicht had over enkele schriftelijke vragen met een van de wethouders. De laatste dagen heb ik vele mensen (bekend en onbekend) over gesproken. Daaruit bleek mij dat er veel verschillende gedachten zijn over wat nu precies het stellen van schriftelijke vragen inhoudt. Het is een instrument dat in de Raad niet vaak wordt gebruikt. Zelf doe ik het, als uitzondering, wel enigszins regelmatig. Volgens mij heb ik het in mijn gehele periode een stuk of twaalf maal gedaan. Het is een instrument dat duidelijkheid verschaft, maar het moet niet al te lichtvaardig worden ingezet.
Daarom is het deze dagen goed om de achtergrond eens te verduidelijken.
De gemeenteraad kent het "Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad". In dit reglement wordt in artikel 41 precies beschreven wat dit inhoudt. De tekst luidt als volgt:
Artikel 41 Schriftelijke vragen
1. Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd.
2. De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college of de burgemeester worden gebracht.
3. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college of de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.
4. De antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffier aan de leden van de raad toegezonden.
5. De vragensteller kan in de eerstvolgende raadsvergadering bij het vragenuur nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord.
In punt 3 wordt de beantwoording geregeld. Er staat: "Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats". Er wordt dus geen enkel onderscheid gemaakt in het wel of niet beantwoorden van de vragen. Het indienen is een recht van raadsleden. Dat wordt nog eens duidelijk aangegeven in de toelichting in dezelfde verordening. Daar staat:
Artikel 41 Schriftelijke vragen
Het vragenrecht geeft aan de leden van de raad het recht informatie te vragen over aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het college of de burgemeester behoren. Het karakter van deze vragen is primair van informatieve strekking. Op grond van deze bepaling kan een raadslid schriftelijke vragen stellen aan het college of de burgemeester, al naar gelang wie verantwoordelijk is. De verantwoordelijke portefeuillehouder dient de vragensteller gemotiveerd in kennis te stellen, indien de beantwoording niet binnen de gestelde termijnen kan plaatsvinden. Niet de voorzitter, maar het verantwoordelijk collegelid of de burgemeester geeft daarom het antwoord. De raad kan oordelen dat het bijvoorbeeld wenselijk is dat een collegelid of de burgemeester direct kan antwoorden op een vraag. In de hier aangegeven procedure wordt de vragensteller in de gelegenheid gesteld nadere inlichtingen over het antwoord te vragen aan degene die het antwoord heeft gegeven. Indien de vragensteller van mening is, dat de beantwoording van de vragen tot een besluit van de raad moet leiden, kan hij het recht van initiatief of het interpellatierecht benutten om het onderwerp of het voorstel op de agenda van de raad te krijgen.
Hiermee is dit instrument duidelijk. Een raadslid heeft het recht tot het stellen van de vragen. Die vragen moeten vervolgens worden beantwoord. En natuurlijk soms gaat het om het verkrijgen van nog niet beschikbare informatie. Maar soms ook niet. Soms is de informatie al wel bekend, maar is het politiek relevant dat het collegelid e.e.a. uitspreekt.
Dan is het een beetje "vragen naar de bekende weg". Maar ook dat behoort tot het politieke handwerk. Daarmee maak je posities en/of meningen duidelijk. En als we pretenderen dat we voor onze inwoners transparant politiek bedrijven, dan moeten we daar niet bang voor zijn.
Ook blijkt uit deze regeling dat het juist de bedoeling is, dat niet het college maar juist het verantwoordelijk collegelid antwoord geeft.
Daarom is het ook begrijpelijk als een vraag persoonlijk wordt geadresseerd.
Hopelijk heb ik daarmee de misverstanden daaromtrent ook weggewerkt.
Het was misschien even een "droog" stukje, maar daarmee is het instrument van de schriftelijke vraag voor de lezer duidelijk geworden.