Beantwoording vragen VVD inzake gemeentekantoor
namens het college door de heer A. van Nijkerken
Winterswijk, 28 maart 2007
Geachte heer Van den Bos,
In het vragenuur van de raadsvergadering van 22 februari 2007 heeft u namens de VVD aan het College enkele vragen gesteld over het nieuwe gemeentekantoor met het verzoek deze schriftelijk te beantwoorden. Onderstaand uw vragen en de antwoorden daarop van het College.
1. Waarom moest het artikel van de Gelderlander worden gerectificeerd? Wat was in de weergave van de Gelderlander onjuist en wie heeft op rectificatie aangedrongen?
In het artikel van De Gelderlander dat daags na de raadsvergadering van 22 februari 2007 verscheen, werden de projectontwikkelaar Victoria BV en aannemer Koopmans door elkaar gehaald. Het College vond dat een rectificatie waard en wilde daarin niet afhankelijk zijn van medewerking van De Gelderlander. Vandaar een rectificatie op eigen initiatief.
2. Door de wethouder is verwezen naar een afspraak tussen de gemeente en Victoria BV omtrent een afgesproken termijn voor voorbereiding door Victoria BV van 4 ½ maand. Wie heeft deze afspraak gemaakt, hoe is zij vastgelegd en hoe is de raad hierover ooit geïnformeerd?
In de oorspronkelijke bouwplanning is uitgegaan van een voorbereidingstijd van 4 maanden (zie planning projectplan). Die voorbereiding liep echter grotendeels parallel met de bouwvergunningprocedure. Na het onherroepelijk worden van de bouwvergunning in december 2006 moest de bouwvoorbereiding opnieuw worden opgepakt. De extra benodigde tijd (i.c. van een ½ maand) heeft te maken met de beschikbaarheid en planning van de uitvoerende partijen alsmede met de actuele levertijd van materialen.
3. De redenatie van de VVD loopt tussen de termijnen 01-09-2005 (eerste bouwvergunning) en 06-12-2006 (datum onherroepelijk worden bouwvergunning). De BDB-index loopt dan van 107 naar 108.14. Een stijging van 1.14% toe te passen op ca 8 miljoen euro (de bouwsom minus de grondkosten en het reeds betaalde bedrag). Dat is aanzienlijk minder dan 300.000 euro. Wat is mis met deze redenatie?
Voor de vraag voor welke termijn de BDB-index moet worden toegepast is de uitleg van artikel 2.8 sub d van de samenwerkingsovereenkomst bepalend. Dit artikel luidt als volgt: "Het budget is vast voor de beoogde duur van de ontwikkeling en uitvoering van het gemeentekantoor, uitgaande van een start van de uitvoering per 1 september 2005. Indien de voornoemde beoogde start van het werk vanwege niet aan Victoria verwijtbare omstandigheden uitloopt vindt een aanpassing van het budget plaats ter grootte van de BDB-index (kantoren) in verband met wijziging van kosten en/of prijzen, zoals loonkosten, brandstof-, materiaal- of overige prijzen".
Het College is geheel in lijn hiermee (en net als de VVD) uitgegaan van de start van de uitvoering per 1 september 2005 (eerste bouwvergunning). Het bepaalde in genoemd artikel leent zich immers niet voor de interpretatie dat uitgegaan kan worden van de datum waarop de bouwvergunning onherroepelijk werd. De termijn waarover de BDB-indexering is toegepast, is daarmee de termijn van 1 september 2005 (eerste bouwvergunning) tot half juni 2007 (zijnde de datum 1 februari 2007 van opdrachtverstrekking aan Koopmans e.a. met daarbij opgeteld de reeds besproken 4 ½ maand voor de voorbereiding). Uit de stukken die ook aan de heer Van den Bos beschikbaar zijn gesteld, kan dan vervolgens worden afgeleid dat de BDB-indexering over de periode van 1 september 2005 tot half juni 2007 zo’n 3% bedraagt.
In de onderhandelingen met Victoria BV bleef toen over de vraag over welk bedrag deze indexering zou moeten worden toegepast. Victoria BV wilde mede als compensatie voor o.a. opgelopen vertragingskosten indexeren over de volledige bouwsom, terwijl de gemeente (net als de VVD) slechts wilde praten over de bouwsom minus de grondkosten en het reeds betaalde bedrag. Anders gezegd: Victoria BV wilde indexeren over € 11,5 miljoen en de gemeente over € 8,4 miljoen. Dit leek in de onderhandelingen een breekpunt te gaan worden.
Om arbitrage en verdere vertraging(skosten) te voorkomen zijn partijen elkaar tegemoet gekomen in de afspraak dat indexering wordt toegepast op de bouwsom minus de grondkosten, dus over een bedrag van in totaal € 10,4 miljoen. In plaats van ca. 3% over € 8,4 miljoen (= ca. € 252.000) legt de gemeente nu dus eenmalig ca. 3% over € 10,4 miljoen (= ca. € 312.000) bij. Dit is dus ca. € 60.000 meer dan strikt genomen volgens het contract met Victoria BV had gehoeven, maar met deze tegemoetkoming is in ieder geval een hoop extra ellende voorkomen (waaronder de noodzaak tot verlengde huur van Beatrixpark).
NB: Volgens opgaaf van Victoria BV bedragen de vertragingskosten van Victoria BV (inclusief prijscompensatie voor de aannemers) inmiddels meer dan € 450.000.
4. Wil de wethouder (nadat hij zo’n brede inkijk in de onderhandelingen heeft gegeven) de raad inzage geven in zijn oorspronkelijke onderhandelingsplan?
Het College heeft steeds dezelfde strategie aangehouden, namelijk vasthouden en nakomen van het contract, zowel in prijs en product als qua indexering. De enige tegemoetkoming en daarmee concessie aan deze strategie zit dus in een gedeeltelijke compensatie van de vertragingskosten die Victoria BV heeft opgelopen, maar daar had het College z’n (hiervoor genoemde) redenen voor.